Terugblik

Op deze pagina vindt u terugblikken naar de activiteiten van de kring.
Terugblikken naar activiteiten van vorige jaren vindt u in het archief.

 

Donderdag 19 april
Historisch Café over Maastricht Muziekstad: 50 jaar Conservatorium Maastricht.
Met een boekbespreking van de publicatie 'Crescendo', een column van Paul van der Steen, een muzikaal intermezzo, en een discussie over het muzikale landschap in 2012.
Klik hier voor het convocaat.

Maastricht Muziekstad

Een dag na de viering van de 50ste geboortedag van Conservatorium Maastricht en de presentatie van het jubileumboek Crescendo schetst de auteur, drs. Jac van den Boogard de opgaande lijn van de muziekgeschiedenis van deze kunstinstelling die voortbouwend op lokale initiatieven uitgroeide tot een nationaal en internationaal gerenommeerd instituut met studenten uit meer dan 40 landen en talloze wereldberoemde docenten. Jan Formannoy, leider van de jazz/popafdeling opent de avond, vindt het boek een echt hebbedingetje: het ruikt goed, heeft 2 cd’s, een leeslint en is schitterend verlucht met foto’s en verhalen over de geschiedenis en van medewerkers en oud-studenten en typeert aan mede aan de hand van zijn eigen carrière de warme sfeer die er heerst die niets afdoet aan de eis tot kwaliteit.

Paul van der Steen vroeg in zijn column aandacht voor het meer zichtbaar maken van alle facetten van muziek in de stad.

Het muzikale intermezzo van Veronika &Friends was ontroerend mooi met liederen vaak in persoonlijke bewerking van Bizet, Schubert, Händel  en De Falla.

In de discussie met Paul Slangen, hoofd klassieke muziek van het conservatorium, Jac van den Boogard en Jean Lambrechts van de gemeente werd gekozen voor een optimistische route naar Maastricht 2018 en volgende jaren waarin de belangrijkste accenten zijn: het opbouwen en versterken van Euregionale netwerken voor klassieke en jazz/popmuziek, en het zichtbaar en hoorbaar maken van muziek in de stad. Het conservatorium profileert zich op samenspel (kamermuziek, orkest), opera, jazz/pop en samenwerken met bestaande gezelschappen (LSO, Opera Zuid) en het conservatorium in Tilburg. Paul Lambrechts kiest voor een weg, voor de stad als podium, voor creativiteit op de plaats die je krijgt en voor het streven naar iets hogers. 2018 is een etappeplaats, geen eindmeet. Ook samenwerking in de Euregio die al zichtbaar is uitbouwen en versterken. Durf zelf initiatieven te nemen en grenzen te verleggen en denk er vooral aan zichtbaar te zijn.

De sfeer was bijzonder goed; de stellingen helder, de koers duidelijk.

Gert Boonekamp


Maandag 2 april (inclusief Jaarvergadering): 

Van de Reniers tot de hertogen van Gelre: middeleeuwse dynastieke begraafplaatsen in het Maas-Rijngebied.

Door: Arnoud-Jan Bijsterveld 

Klik hier voor het convocaat 

De laatste lezing van het seizoen 2011-2012 stond in het teken van aristocratische begraafplaatsen in de Maasvallei in de Volle Middeleeuwen (900-1200). Spreker was prof. dr. Arnoud-Jan Bijsterveld, sinds 1999 hoogleraar Cultuur in Brabant aan Tilburg University, waar hij zich bezighoudt met onderwijs, onderzoek en ondersteuning op het gebied van de regionale geschiedenis, cultureel erfgoed en regionale identiteit. Zijn belangstelling gaat vooral uit naar de sociale en culturele aspecten van machtsvorming in de Middeleeuwen. Hij is redacteur van deel I van de in 2013 te verschijnen nieuwe geschiedenis van Limburg, uitgegeven door het LGOG.

Bijsterveld wist zijn honderdkoppig publiek te boeien met een lezing over een voor velen onbekend aspect van een even onbekende periode uit de geschiedenis van de (brede) Maasregio. De Volle Middeleeuwen worden gekenmerkt door de vorming van nieuwe territoria. De spreker richtte zich vooral op Lotharingen, het in 855 afgesplitste noordelijk deel van het in 843 (Verdrag van Verdun) gevormde Middenrijk. Na ruim een halve eeuw getouwtrek om Lotharingen tussen Oost- en West-Frankenland (zeg maar het latere Duitsland en Frankrijk) kwam Lotharingen in 925 definitief in handen van de koning van Oost-Frankenland: Hendrik I de Vogelaar. Lotharingen nam dus een bijzondere (politieke) positie in. Tegen die achtergrond heeft de regionale adel zich geprofileerd en hun eigen (territoriale) machtsbasis weten uit te bouwen. Naast de verwerving van (Koninklijke) rechten, functies en ambten was de associatie met bisschop, kerk en kloosters zeker zo belangrijk voor de vestiging van macht.

De spreker ging in zijn lezing in op de creatie van aristocratische begraafplaatsen in kerken en kloosters. Daarmee werden sociale banden letterlijk vereeuwigd, verbonden aristocraten zich blijvend met heiligen, monniken en kloosters, plaatsten zij zich in een prestigieus verleden en legitimeerden zij hun machtpositie over de grenzen van de dood heen. Het voor onze streken belangrijkste Lotharingse geslacht, de Reginars of Reiniers, met bezittingen in onder andere Meerssen, voelden zich sterk verbonden met de Servaaskerk. Aldaar zijn waarschijnlijk Reinier I en zijn zoon Giselbert begraven. Giselbert was de eerste echtgenoot van Gerberga  dochter van de Duitse koning Hendrik I en zuster van de latere keizer Otto I. Na de dood van Giselbert in 939 trouwde ze met de Franse koning Lodewijk IV. In 968 schonk ze Meerssen aan de abdij van Sint Remigius in Reims.

Eigenlijk weten we heel weinig over het begraven van de aristocratie in die periode. Zelfs van de meeste vorsten is de begraafplaats onbekend. En waarom worden er vóór het jaar duizend  geen necropolen of familiebegraafplaatsen in één kerk gesticht: Karel de Grote werd begraven in de Dom van Aken, maar zijn nakomelingen niet. In de crypte van de Sint Servaaskerk bevindt zich de cenotaaf (leeg grafmonument) van de jongste zoon van Gerberga en Lodewijk IV, Karel, door de Duitse keizer Otto II benoemd tot hertog van Neder-Lotharingen. Hij zou in 992 in Orléans zijn gestorven. Lang was onbekend waar hij werd begraven. Maar de vondst in 1988 van het grafkruis van proost Humbertus (+1086) in de Sint Servaaskerk veranderde dat. Het loden kruis bevat een inscriptie met de werkzaamheden die de proost aan de kerk liet verrichten. Vertaald staat er o.a.:  De kerk heeft hij hersteld voor wat betreft het heiligdom, het koor, de crypte, het graf van de heer en Hertog Karel, de drie vleugelkapellen en de kapel aan de westkant, de kleedruimte, de ruimte voor het kapittel, de kloosterschool en de hele kruisgang. Karel lijkt dus zijn laatste rustplaats in Maastricht te hebben gevonden.

Tot ongeveer het jaar duizend werden telgen van de meest vooraanstaande (Lotharingse) adel (met Karolingisch bloed in de aderen, zoals de Reginars) in de belangrijkste abdijkerken begraven, het liefst zo dicht mogelijk bij het graf van de aldaar vereerde heilige, zoals Sint Servaas.

Na de millenniumwisseling zien we dat adellijke geslachten over gaan tot het stichten van kloosters en kerken, waarin ze veelal worden begraven en eeuwigdurende jaargetijden stichten voor hun zielenheil. Toch komt het ook in deze periode niet tot de vorming van echte familiebegraafplaatsen in één kerk, zoals we die van latere tijden kennen (bv. de Oranjes in de kerk van Delft of de Spaanse koningen in El Escurial). Pas in de dertiende en veertiende eeuw zien we een eerste necropolen in onze streken ontstaan. In 1218 stichtte Gerard IV, graaf van Gelder, de Munsterabdij, waar hij in 1229 en zijn echtgenote in 1231 werden begraven. Kort na hun dood werd het nog bestaande grafmonument opgericht. De Munsterkerk werd evenwel niet de grafkerk voor de opvolgende Gelderse graven. Deze rol was voor Grafenthal (bij Goch) weggelegd, een klooster dat in 1250 door graaf Otto II werd gesticht. Tot 1371 zouden de overleden graven uit het Gelders-Wassenbergse huis daar worden begraven. De tweede necropool vormt de abdij van Herkenrode, een stichting uit 1182 van Gerard, graaf van Loon. Een groot aantal leden uit dit geslacht vond zijn laatste rustplaats in de abdijkerk, die inmiddels helaas geheel is verdwenen.      

De boeiende lezing van Bijsterveld vormde een waardige afsluiting van het seizoen 2011-2012. 

Frans Roebroeks


Zaterdag 24 maart:

Excursie 'Op bezoek bij de buren in Heerlen'

Klik hier voor het convocaat

In de docentenkamer van het Bernardinuscollege heette de voorzitter van de Kring Parkstad, de heer Martin van Weerden geassisteerd door leden van zijn Kring, de bezoekers welkom met koffie, heerlijke vla en muziek. Iedereen bleek verbaasd door de grote opkomst: 68 enthousiaste leden van de kring Maastricht aangevuld met leden van de Kring Parkstad. Burgemeester Depla bleek zeer ingenomen met het bezoek van onze Kring en sprak de hoop uit dat in het kader van Maastricht Culturele hoofdstad de samenwerking tussen Heerlen en Maastricht intensiever zou worden, want Heerlens verleden is de moeite waard, zoals ook wij deze middag ontdekten.

De aanwezigen leden werden vervolgens in drie groepen verdeeld die naar het centrum van de stad liepen, startplaats van alle rondleidingen. De drie groepen kregen hetzelfde programma onder leiding van drie gidsen die ieder een aspect van Heerlens zeer oude tot meer recente historie belichtten. De deelnemers gaven duidelijk blijk van belangstelling voor de verschillende aspecten van de stad:  architectuur, het bewaard en gesuggereerd middeleeuws verleden en de wandeling over de begraafplaats.

Een grote plaats was ingeruimd voor architect Piet Peutz, maar daarnaast werd duidelijk dat Heerlen over meer juweeltjes van “het moderne bouwen” beschikt dan men had verwacht. Dat het een stad is met een zeer oud verleden ten dele nog tastbaar in het Thermenmuseum - dat half april na renovatie weer open gaat-  was bekend. De Schelmentoren en de gerenoveerde Pancratiuskerk stammen uit de Middeleeuwen, maar die worden ook gesuggereerd door bandpatronen in de bestrating voor genoemde kerk. Het kerkhof aan de Akerstraat met zijn gedachteniskapel, bijzondere graven en joodse begraafplaats bood een grote intimiteit en maakte respect zichtbaar voor mensen die in deze stad geschiedenis maakten.

De excursie werd begeleid door een heerlijke lentezon die van geen wijken wilde weten evenmin als het goede humeur van gidsen en wandelaars. Een kleine modeshow bij het Pancratiusplein was een vrolijke noot, waarvan de muziek eerder onze aandacht had getrokken met een treintje dat de mannequins rondreed in de stad. Bijzonder opvallend was dat de gidsen zich uitstekend aan hun tijd hielden, terwijl ze ook nog in staat bleken vele vragen te beantwoorden.

Vele leden van de kring Maastricht maakten er melding van dat ze zeker terug zouden komen en ook leden van de kring Parkstad bleken opgetogen over de wijze waarop de gidsen bescheiden maar zeer deskundig de stad onder de aandacht brachten. De afsluiting met een hapje en een drankje maakte de middag helemaal tot een feest.

Concluderend: Alles liep op rolletjes,  was goed georganiseerd met rondleidingen door deskundige en betrokken gidsen die plaatsvonden onder een stralende lentezon. Dank aan alle organisatoren en medewerkers voor deze zeer geslaagde middag. Aan onze serie bezoeken bij de buren is een waardevolle ontmoeting toegevoegd.

Marie-Jes Boonekamp-Wingen

Bekijk hier de foto's van de excursie. Met dank aan Ellie Peerboom-van der Meer en Marie-Jes Boonekamp-Wingen.

Lees hier het krantenbericht dat op 26 maart zowel in Dagblad de Limburger/Limburgs Dagblad verscheen (bericht geplaatst met toestemming van Media Groep Limburg).

Lees hier de ingezonden brief die de voorzitters van de Kring Maastricht en Kring Heerlen stuurden als reactie op het artikel en die is geplaatst in de editie van 29 maaert van Dagblad de Limburger/Limburgs Dagblad.

 

Maandag 5 maart:

Het Romeinse landschap op de lössgronden tussen Maas en Rijn. De resultaten van vier jaar landschapsarcheologisch onderzoek.

Door: Karen Jeneson. Klik hier voor het convocaat

Archeologie blijkt nog altijd een grote publiekstrekker te zijn bij de lezingen van het LGOG. Wederom moesten stoelen toegevoegd worden om iedereen een zitplaats te verschaffen. Titus verhoogde de verwachting bij de introductie van Karen Jeneson nog meer. Karen is sedert 1 december 2010 conservator van het Thermenmuseum te Heerlen en heeft grootse plannen om dit museum uit zijn Doornroosjeslaap te halen. Ondertussen legt ze de laatste hand aan haar promotie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Karen gaf op haar eigen wervelende wijze inzicht in hetgeen ze in haar promotieonderzoek heeft ontdekt over het villalandschap in de Romeinse tijd tussen Tongeren en Keulen. Een goed opgebouwd en duidelijk verhaal waarbij het vakjargon vermeden of duidelijk uitgelegd werd. Veel lof voor het monnikenwerk dat Karen verricht heeft door alle mogelijke aanwijzingen voor Romeinse nederzettingen in haar onderzoeksgebied na te trekken en te duiden. Met behulp van moderne statistieken werden zelfs de oudste waarnemingen uit de 19e eeuw een plaatsje gegund in een breed overzicht van Romeinse vindplaatsen en werden gedateerde denkbeelden en inzichten tegen het licht gehouden en gecorrigeerd. Het belang van de Maas en de Romeinse heerbaan Tongeren-Keulen als levensaders van onze regio, kan daarbij niet onderschat worden. Groot probleem in onze contreien is echter dat er zo weinig echt goed opgegraven is aan villacomplexen. Het grootschalige onderzoek in het naburige Duitse bruinkoolgebied levert gelukkig genoeg vergelijkingsmateriaal op, om ook uitspraken over Zuid-Limburg te kunnen doen. Prachtige reconstructietekeningen geven een mooi beeld hoe met name Heerlen als stedelijke nederzetting in de Romeinse tijd uitgezien heeft. Het wordt tijd dat de Romeinse vici van Heerlen en Maastricht eens onderwerp worden van een gedegen wetenschappelijke studie naar hun nederzettingscontext en dito ontwikkeling in het landschap van Zuid-Limburg. Er is nog veel oud onderzoek uit te werken en in een synthese te presenteren.

Het enthousiasme van Karen sloeg over op het publiek en ook na afloop van de lezing, die uiteraard in goede traditie bij archeologen flink uitliep, werd er bij een drankje nog veel nagepraat. Als in april het Thermenmuseum haar nieuwe vaste collectie presenteert zullen velen van ons de weg erna toe snel weten te vinden.

 

Door: Gilbert Soeters


Maandag 6 februari

Monumentenzorg en de waan van de dag: het historisch interieur en het recht van de gebruiker.

Door: Anne van Grevenstein-Kruse Klik hier voor het convocaat.

Het bestuur wist natuurlijk vooraf dat het een topspreekster had uitgenodigd voor deze avond, professor Anne van Grevenstein-Kruse (achtereenvolgens verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en de Universiteit van Amsterdam), initiatiefneemster en oprichtster van het zeer goed bekend staande Restauratie Atelier Limburg, en specialist op het gebied van de restauratie van schilderijen en interieurdecoratie. Maar niemand van ons had durven hopen dat de opkomst van leden en belangstellenden zo groot zou zijn onder de barre winterse omstandigheden: 110 toehoorders!

En de mensen werden niet teleurgesteld. Mevrouw van Grevenstein nam ons mee in de complexe problematiek van de aanpak van de binnenkant van monumentale gebouwen. Restauratie en conservering kunnen aan de orde zijn wanneer bijvoorbeeld een kerkgebouw een nieuwe bestemming krijgt, zoals werd geïllustreerd aan de hand van de Maastrichtse voorbeelden: het Kruisherencomplex (nu hotel) en de Dominicanenkerk (nu boekhandel). Voor welke dilemma’s ziet de restaurator zich geplaatst? Hoe sterk staat de erfgoedbewaker met zijn ethische en esthetische normen, vaak vastgelegd in overheidsbeleid en (inter)nationale verdragen, in het krachtenveld van eigenaar, opdrachtgever, architect, aannemer en (eigengereide) vakgenoten? Wat zijn de implicaties van ‘reversibiliteit’? Waarom is de terughoudende aanpak van de Dominicanenkerk (ook qua nieuwe functie) te verkiezen boven de innoverende en wat schreeuwerige aankleding van de Kruisherenkerk?

Via de door het RAL geconserveerde schildering van de Kroning van Maria en scènes uit het leven van Thomas à Kempis in de Dominicanenkerk nam zij ons mee naar de imitatie daarvan door Cuypers in het Rijksmuseum-in-restauratie in Amsterdam. Hoe een kopie die kort na de ontdekking van de Maastrichtse muurschildering gemaakt is ons nu informatie geeft bij een bijna vervaagd origineel. Hoe de opdrachtgever, of in het Amsterdamse geval een nieuwe museumdirecteur, de aanvankelijke restauratieplannen om het werk van Cuypers in ere te herstellen doorkruisen kan met onvolwassen eigenzinnige trends. Hoe het begin van een restauratie weer verdwijnt onder de muurpleister. Reden voor de spreekster om na de pauze verslag te doen van een absoluut hoogtepunt in haar werkzaamheden: de conservering en restauratie van de Oranjezaal in Huis ten Bosch. Weliswaar diende hier onder heel bijzondere, niet gemakkelijke omstandigheden gewerkt te worden, opdat Hare Majesteit gewoon haar werk zou kunnen doen in een naastgelegen werkkamer, maar de ongeëvenaarde kwaliteit van dit ‘Gesamtkunstwerk’ en het prachtige eindresultaat, na toepassing van de meest moderne technieken, stemt mevrouw van Grevenstein tot grote tevredenheid.

In de levendige discussie achteraf kwamen zeer diverse vragen aan de orde, zoals de problematiek van het historische interieur bij de gewone bezitter van een monument, de slechte integratie van historische belangen bij de diverse gemeentelijke afdelingen die zich met aspecten van (ver)bouw en restauratie bezighouden, de herbestemming van kerken, enzovoort. Het was een prachtige avond, waarop tal van heikele punten aan de orde werden gesteld in een aangename toonzetting waaruit heel veel liefde voor het mooie restauratievak en respect voor ons erfgoed sprak. Anne, bedankt!

Door: Titus Panhuysen

 

Maandag 2 januari (inclusief Nieuwjaarsreceptie) 
Robert Regout: Maastrichtse Martelaar. Een leven van hoop, volharding en rechtvaardigheid.
Door: Eugène van Deutekom (Lees hier het convocaat)   

Veel minder bekend is hij dan zijn lotgenoot Titus Brandsma. Maar ook de Maastrichtenaar Robert Regout, jezuïet en hoogleraar aan de toenmalig Katholieke Universiteit van Nijmegen moest zijn kritiek op het nazi-regime en de bezetting van Nederland met zijn leven bekopen. Eugène van Deutekom hield op 2 januari 2012 voor de kring Maastricht een zeer interessante en goed gedocumenteerde lezing. Bij de lezing waren ook enkele leden van de familie Regout aanwezig.

Dat er nu meer bekend is over Robert Regout, komt door de teruggave aan Nederland van archieven uit Rusland, door het Rode Leger na de Tweede Wereldoorlog  als oorlogsbuit meegenomen achter het IJzeren Gordijn, en nu aan Nederland gerestitueerd. Vooral dank zij deze archiefvondst is er over de persoon van Robert Regout nu veel meer bekend dan vroeger.

Ondertussen is er al een boek over Robert Regout uitgegeven, en wil de Vriendenkring van Robert Regout leven en werk van deze bijzondere telg van de bekende industriëlen-familie breder bekend maken. Inmiddels zijn in de kerk van Wyck en de Canisiuskerk te Nijmegen gedachtenisplekken ingericht.

Na de lezing, in de tweede helft van de avond, ontspon zich een interessante discussie, waarbij nog werd ingegaan op de verhouding tussen Titus Brandsma en Robert Regout, de reactie van de Nijmeegse Universiteit op de arrestatie van twee van haar hoogleraren, de familie Regout, en een mogelijke zaligverklaring.

 Door: Régis de la Haye

 

Woensdag 28 december
Familiemiddag: bezoek aan Thermenmuseum

 

Nadat in 2010 het fort Eben Emael werd bekeken, werd dit jaar de vijfde familiedag georganiseerd in het Thermenmuseum in Heerlen.

De opkomst was niet groot - vergeleken met vorig jaar - maar de kinderen die er wel waren, hadden veel te bekijken.

 

Bij aankomst  konden de kinderen meteen in een zandbak graven naar een schat in de vorm van Romeinse munten en daar werd driftig gebruik van gemaakt!

 

Daarna werd gestart met een algemene film over de Romeinse soldaten in het door hun bezet gebied en voornamelijk terugspelend op de situatie rond Leiden en Woerden.

De Heerlense regio - een andere film - hebben we helaas niet gezien...(en die was er wel!).

 

Tijdens een speurtocht moesten de kinderen in manden opdrachten over de Romeinen zoeken en beantwoorden . Leuk om te zien waar overal in hoekjes kinderen zaten te zwoegen over de vragen, geassisteerd door papa, mama, oma of opa.....

 

Tijdens een lange rondleiding met gids kwamen diverse aspecten over het leven van de Romeinen aan de orde, zowel wat hun levensstijl betreft, het aanleggen van wegen, het bouwen van huizen, het maken van sieraden en gebruiksartikelen zoals potten en pannen, het maken van askisten, maar bovenal het ontwerpen en bouwen van een badhuis. Want daar draait alles om in de Thermen in Heerlen. De grootste verbazing voor de kinderen was toch wel dat de Romeinen geen eigen badkamer thuis hadden en dus naar een badhuis moesten en daar allemaal - tot grote hilariteit - naakt rondliepen......, de mannen en vrouwen wel allemaal apart! (De vrouwen moesten wel meer betalen dan de mannen, dit even terzijde....)

 

Na veel rondkijken en luisteren was de aandacht van de kinderen op en konden ze zich amuseren met vroegere spellen zoals sjoelbak, dobbelspel, mikadoballen enz. en allemaal in Romeinse uitvoering.

En de twee aanwezige computers gaven ook veel informatie over de Romeinse tijden.

 

Iedereen ging tevreden naar huis en voor geinteresseerden werd de middag gezellig afgerond bij Auberge De Rousch!

De organisatie van het LGOG was prima, de organisatie van De Thermen was minder......

 

Bedankt, LGOG !

 

Door: Nelly Gelissen-Muller

 

Maandag 12 november
Lezing: Maastricht en de geschiedenis van popmuziek. Een persoonlijke kijk. Door : Harry Knipschild 


Er zullen in de geschiedenis van het LGOG weinig lezingen zijn geweest waarbij muziek te horen was. En het aantal lezingen waarbij de bezoekers ook nog meezongen met die muziek, zal nog schaarser zijn! Wellicht heeft Maastricht met de lezing van Harry Knipschild zelfs de primeur gehad?! In een bevlogen verhaal leidde de spreker ons door de popgeschiedenis van de afgelopen decennia: van Bill Haley naar Elvis Presley, van Boddy Holly naar de Beatles, van de Rolling Stones naar Gilbert Becaud, van Rocco Granata naar Mississippi.

Harry Knipschild raakte al op jonge leeftijd - tijdens zijn jeugd in Maastricht - verslingerd aan de toentertijd nog volop in opkomst zijnde popmuziek. Zijn hobby werd later beroep: jarenlang werkte hij voor Radio Veronica en was hij medewerker van diverse platenmaatschappijen waar hij persoonlijk betrokken was bij de carrières van diverse wereldbekende bands, zoals ABBA, Jimi Hendrix, de BeeGees, de Rolling Stones, James Brown, The Golden Earring, enz.

Knipschild legde in zijn lezing uit dat de Maastrichtse popliefhebbers van het eerste uur in een zeer bevoorrechte positie verkeerden: waar in de rest van Nederland meestal enkel de Nederlandse radio te horen was, kon je in Maastricht ook de Duitse, Belgische en Luxemburgse zenders ontvangen. In een tijd waarin popmuziek op de radio nog maar weinig te horen was, betekende dat een grote 'voorsprong' op de rest van het land. Ook haalde Knipschild herinneringen op aan platenzaak 'De Harp' waar de pophits met vele duizenden over de toonbank gingen. Ook ging hij in op enkele (redelijk) bekende popbands die Maastricht heeft voortgebracht, zoals de Walkers en De Nachroave (bekend van de in heel Nederland bekend geworden carnavalshit 'Sjeng oan de geng'). 

Al met al was het een gedenkwaardige avond in de geschiedenis van de kring. 

Door: Kris Förster 

 

Donderdag 17 november
Historisch Café: over verschillende recent verschenen proefschriften en de plannen van een nieuwe Geschiedenis van Limburg. 


De ‘Nieuwe geschiedenis van Limburg’ – een nieuw standaardwerk?

Tijdens een goed bezocht Historisch Café werden op 17 November jl. de plannen gepresenteerd voor de ‘Nieuwe geschiedenis van Limburg’; een overzichtswerk dat in 2013 zal verschijnen ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van het LGOG, onder redactie van Paul Tummers (voorzitter), Arnoud-Jan Bijsterveld (Oudheid en Middeleeuwen), Ad Knotter (sociaal-economische geschiedenis), Leo Wessels (cultuur, religie, etc.), en Louis Berkvens (institutioneel, juridisch).

Zoals gebruikelijk begon de avond met een boekbespreking door Jac van de Boogard, die zijn licht liet schijnen op twee recent verschenen proefschriften: Miriam Kars, A cultural perspective on Merovingian burial chronology and the grave goods from the Vrijthof and Pandhof cemeteries in Maastricht (lees hier het proefschrift online), en, vooral, Hans van Hall, Eijsden, een vrijheid met Luikse stadsrechten. Een rechtshistorische schets van een 'Minderstadt' in de regio tussen Maas en Rijn (ca. 1300 - ca. 1550) (klik hier voor meer info).

De daarop volgende column van Paul van der Steen vormde een goede opmaat voor de discussie die na de pauze gehouden werd over de vragen: Aan wat voor overzichtwerk over de Limburgse geschiedenis is behoefte en hoe onderscheid de ‘Nieuwe geschiedenis van Limburg’ zich van eerdere overzichtswerken?

Redactievoorzitter Paul Tummers lichtte de opdracht van het LGOG-hoofdbestuur toe, de driedelige opzet van het boek, de kwaliteiten van het internationale auteursteam, en benadrukte dat vooral nieuwe wetenschappelijke resultaten van de laatste decennia een plaats zouden krijgen, meer dan in eerdere overzichtswerken. Dat laatste werd ook door redacteur Ad Knotter onderstreept. Hij bracht naar voren dat oudere geschiedschrijving veelal de huidige provinciegrens tot uitgangspunt had genomen. Het nieuwe werk wil volgens hem af van de gedachte dat Limburg, of de Limburgen, een gemeenschappelijke geschiedenis zouden hebben. ‘Wij zijn en waren hier in een grensgebied,’ stelde Knotter, ‘dus zowel een plaats van ontmoeting als van conflict, een gebied dat steeds van gedaante veranderde, velerlei invloeden onderging, en dat steeds in nauwe samenhang met het buitengebied, zogezegd, moet worden bestudeerd. Wij nodigen auteurs (…) uit vanuit de aangrenzende gebieden, naar de Limburgse geschiedenis te kijken, te zoeken naar overeenkomsten en verschillen.’ Knotter illustreerde dit vervolgens o.m. met het voorbeeld van de ontwikkeling van de wolindustrie in de regio Aken-Verviers

Een kijkje in de keuken van de archeologie van de dorpen en het landelijk gebied kregen we vervolgens voorgeschoteld door Henk Stoepker, een van de auteurs. Aan de hand van prachtige kaarten en afbeeldingen liet hij zien hoe lastig het vaak is om historische en archeologische bronnen met elkaar in verband te brengen. Archeologen hebben dorpskernen gevonden op plaatsen waar tegenwoordig geen bewoning meer is, terwijl in veel van de bestaande dorpen geen archeologisch onderzoek is gedaan.

Tot slot schetste Frank Hovens, redacteur van De geschiedenis van Limburg (2010), kritisch een viertal behoeften waarin de Nieuwe geschiedenis van Limburg zou kunnen voorzien: (1) het tot stand brengen van een nieuwe synthese, die de werken van Jappe Alberts en Ubachs overbodig zou maken; (2) het bieden van nieuwe perspectieven op de Limburgse geschiedenis op basis van recente internationale historiografie; (3) een geschiedschrijving van incourante thema’s, zoals sport, jeugdcultuur, taal, en minderheden; en (4) het presenteren van gericht, nieuw archiefonderzoek.

Dit laatste vormde een uitstekende aftrap voor een levendige discussie met de zaal, waarin vooral het vraagstuk van de relatie tussen de Limburgse provinciegrenzen en de geschiedschrijving tegen het licht gehouden werd. Ook werd gewaarschuwd tegen het gebruik van de term ‘periferie’ in relatie to Limburg. Gedurende vele eeuwen was er van een perifere ligging geen sprake geweest.

Al met al een zeer informatieve avond, waarbij het op stapel staande boek voor de aanwezigen meer is gaan leven.

Door: Ernst Homburg


Terugblik lezing d.d. 7 november: De Middeleeuwen: heilig of huiveringwekkend? Door: Ronald van Kesteren 

Op maandag 7 november hadden zo’n 130 belangstellenden de weg gevonden naar de StayOkay voor een lezing van dr. Ronald van Kesteren onder de prikkelende titel: De Middeleeuwen: heilig of huiveringwekkend? De geschiedenis van een gespleten tijdperk.

Van Kesteren studeerde geschiedenis, filosofie en klassieke talen. Lange tijd was hij verbonden aan het  Instituut voor Cultuur en Geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam en medewerk er van NRC Handelsblad. In 2004 publiceerde hij Het verlangen naar de Middeleeuwen. De verbeelding van een historische passie.

En een dergelijke passie etaleerde de spreker zelf ook vanaf het begin van zijn lezing, waarin hij liet zien hoe in ondermeer geschiedschrijving, bouwkunst, schilderkunst, literatuur en politiek het verlangen naar de Middeleeuwen gestalte kreeg. Terwijl voor sommigen dat tijdperk synoniem is voor achterlijkheid en bijgeloof, gelden de Middeleeuwen voor anderen als een tijd waarin eenvoud en naastenliefde alomtegenwoordig waren.

In het eerste deel van de lezing werd de middeleeuwse keizer Karel de Grote centraal gesteld. Mochten de middeleeuwers dan al achterlijk, barbaars en bijgelovig zijn geweest, dat gold in ieder geval niet voor de Grote Keizer. In de loop van de geschiedenis werd de vorst door allerlei groepen in steeds wisselende contexten toegeëigend. De Kerk omarmde hem al vroeg als beschermer en geloofsverkondiger (hij werd niet voor niets heilig verklaard). Landsheren en vorsten verhoogden hun status door hun afstamming van Karel in stambomen vast te laten leggen. In de negentiende eeuw, de tijd van het ontstaan van de natie-staten en van het nationalisme, werd hij te pas en te onpas gebruikt als icoon en boegbeeld van nationale identiteit. Zelfs in onze tijd wordt ‘het merk’ Karel de Grote ingezet, met name als het gaat om Euregionale samenwerking en zelfs Europese eenwording.     

Na de pauze liet Van Kesteren in het vervolg van zijn voordracht  personen figureren die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan ons beeld van de Middeleeuwen. Tot die hoofdpersonen behoort de architect Augustus Welby Pugin, de Britse founding father van de katholieke neogotiek. Deze voor veel van de aanwezigen onbekende Brit bleek over een enorme hoeveelheid creativiteit en werklust te hebben beschikt. Hij ontwierp kastelen en kerken, meubilair en behang, kannen en bestek. Alles in zijn kerken, kastelen en woningen moest de sfeer van de Middeleeuwen ademen. Zijn invloed op het bouwen was van dien aard, dat Londen anno 1900 veel meer op een middeleeuwse stad leek dan pakweg driehonderd jaar eerder! De lezing werd afgerond met een beschouwing over de Franse romanschrijver Joris-Karl Huysmans, die door tijdgebrek helaas niet helemaal goed uit de verf kwam. 

Door: Frans Roebroeks, 10-10-2011 

 

Terugblik excursie d.d. 29 oktober: Museum aan de Stroom, Antwerpen

Daar lag dan het prachtige rode Museum aan de Stroom (MAS). We hadden er al zoveel over gelezen en gehoord. Het voldeed aan al mijn verwachtingen. Groots door de prachtige rode zandsteen en de transparante galerij die je verbind met de stad Antwerpen. De openbare ruimte er omheen, omzoomd met deftige herenhuizen en het gebouw van het loodswezen en de Schelde.

In het museum werden we voorgelicht over de keuze van materiaal en de plek waar het staat. De galerij wordt intens gebruikt door de Antwerpenaren en de bezoekers. Het contact met de stad en de Schelde is bijzonder.

Wat willen we zien binnen, in deze boxen die gedraaid boven elkaar liggen! Denkend aan de geschiedenis kun je kiezen voor afdelingen 'Wereldstad' en 'Wereldhaven'. Maar ook 'Machtsvertoon' leek ons in deze omgeving interessant. Als zoveel te zien is slaat de twijfel toe, we kozen voor 'Leven en Dood'. Het was een schot in de roos.

Wat we zagen was een geweldig mooie collectie voorwerpen kunstobjecten en rituele voorwerpen. De gouden, ragfijn gemaakt voorwerpen uit Midden Amerika. Maskers en beelden uit Afrika, Azië. Wat hadden de makers van deze voorwerpen ons iets prachtigs nagelaten.

De gids bracht ons naar de afdeling 'Wereldhaven'. Het was een verhaal met liefde voor de stad en het water van de Schelde. En terecht! In Antwerpen werd en wordt gewerkt.

Huizen en gebouwen, schepen en voorwerpen uit de haven, verhalen en films uit deze stad met een geschiedenis van rijkdom, overheersing van de Spanjaarden, Fransen, en toch zo zich zelf gebleven.

Het LGOG heeft ons over de grens laten kijken, voor mij was het een geslaagde dag. Dank voor de organisator!

Door: Francis Fijnaut, 30-10-2011

 

Terugblik lezing d.d. 3 oktober: De vesting en daarna door Jos Notermans

Op maandag 3 oktober vond de eerste lezing van het seizoen 2011-2012 plaats. Inmiddels traditiegetrouw in StayOkay langs de Maas. Het was om meerdere redenen een memorabele avond. Niet in de laatste plaats omdat het aantal aanwezigen voor het eerste de 200 personen oversteeg. Een absoluut record! Maar ook inhoudelijk was het weer een interessante avond.

Jos Notermans is de expert op het gebied van de vestinggeschiedenis van Maastricht. Het is een onderwerp waar hij al zijn leven lang mee bezig is. Met enige vertraging (als gevolg van het oplossen van enige technische problemen) begon hij zijn lezing met een overzicht van de vestinggeschiedenis in de 19e eeuw. In de eerste decennia van die eeuw is er nog behoorlijk wat tijd en moeite gestoken in het versterken van de vesting om deze aan te passen aan de eisen van de tijd, onder andere met de aanleg van de Nieuwe Bossche Fronten en Fort Willem. Rond het midden van de eeuw is er echter een keerpunt te zien. Hoewel de vesting officieel nog bestaat wordt er nauwelijks meer geïnvesteerd. In 1867 volgt de wet waarmee de vesting de facto wordt opgeheven. De ontmanteling en sloop volgen in rap tempo. Aan het einde van de 19e eeuw is het grootste deel van de vesting verdwenen.

Na de pauze kwamen er een aantal recente ontwikkelingen aan bod. De gemeente Maastricht heeft onlangs een Vestingvisie gelanceerd die ambitieuze doelen heeft wat betreft onderzoek naar, als behoud en presentatie van de vesting en haar geschiedenis. Momenteel zijn er een aantal zaken waar die doelen hopelijk geconcretiseerd kunnen worden. Dat zijn onder andere de restauratie van Fort Sint-Pieter, het inundatiekanaal van Vauban dat misschien weer teruggevonden kan worden en de ontwikkelingen rond het ondergrondse NAVO-fort in de Cannerberg. De grote vraag in deze tijden van economische 'stormen' is natuurlijk in hoeverre een en ander ook financieel haalbaar gaat zijn.

Het kringbestuur hoopt u allen bij de volgende lezing in even grote getale weer te mogen verwelkomen.

Kris Förster (bestuurslid), 5-10-2011